Nothing like a hearty breakfast after a night of clubbing!

De ‘red route’ in 2010

Red route

Net als we gewend zijn aan het idee van de ‘red route’, de ‘funnel’ of hoe je het wil noemen is de wereld alweer aan het veranderen.  In 2009 waren we er eindelijk met zijn allen uit dat we moesten nadenken over wie onze klant is en wat ze wilde, en dan de website zo inrichten dat ze supersnel en makkelijk van homepage via basket naar checkout kon wandelen.

Inmiddels zijn we er achter dat de ‘red route’ van de klant niet begint bij de home page en eindigt bij de checkout.  Hij begint bij inspiratie en eindigt nooit.  De ‘red route’ meandert langs zoekmachines en over sociale netwerken, neemt een uitstapje naar de winkelstraat en keert terug via een blog post.  Als je het goed doet slentert je klant over jouw site maar dat is niet het enige moment dat je zal moeten aangrijpen om de klant jouw product te tonen.

Het goede nieuws is dat de scheiding tussen advertising en content minder strict zal worden in 2010.  Als merk zul je op micro-niveau (ja ik heb het ook over Twitter..) moeten gaan communiceren met je klant.  Over de inspiratie voor de aankoop, de criteria rond de aankoop, en de zorg na de aankoop.  Dus meer contactmomenten, meer investering in de relatie, en een hyper-flexibel platform om al die verschillende contactmomenten te kunnen omzetten in een sale.

In 2009 begon dit al, in 2010 wordt het de enige manier om zaken te blijven doen.  Iedereen klaar?

Our 30 seconds of Fame at TEDx Amsterdam

Mijn idee voor TEDxAms: Kranten = iTunes voor de wereld verbeteren

tedxams

Hoe redden we de krant?  Met micropayments?  Walled gardens?  Technologische snufjes of toch ouderwetse (overheids)steun?  De ondergang van de krant en de rol van het internet was duidelijk één van de zogenaamde ‘trending topics’ van het afgelopen jaar.  Natuurlijk speelt dit probleem al veel langer, maar de laatste tijd zijn we ons er met zijn allen plotseling heel veel zorgen over gaan maken, nu de ene na de andere krant omvalt en de rest met de handen in het haar zit.  Rupert Murdoch besluit een dezer dagen of de New York Times na een eerder mislukt experiment toch weer terugkeert naar een betaald model terwijl Arianna Huffington van de even geroemde als verguisde Huffington Post er simpelweg voor kiest haar content gratis te krijgen door gebruik te  maken van onbetaalde bloggers en samenvattingen van externe nieuwsbronnen.  Ze ‘crowdsourcete’ haar verplicht 5-woorden tellende Webby Award speech en koos uiteindelijk voor het legendarische ‘I didn’t kill newspapers, ok?

Nu de gelauwerde ‘grote ideeën conferentie’ TED naar Amsterdam komt en NRC een wedstrijd uit heeft geschreven om een groot idee on stage te presenteren heb ik mijn kans schoon gezien om een relatief eenvoudige oplossing voor de kranten te presenteren om zich te transformeren van bedreigde diersoort naar een nieuw en machtig instrument voor wereldverbetering.

Als User Experience designer voor ecommerce websites van grote Nederlandse en internationale merken hou ik me dagelijks bezig met het vraagstuk hoe je binnen de nieuwe regels van het internet je geld moet verdienen.  En volgens mij hoeven we voor het eureka moment niet heel ver te zoeken.  Sterker nog, de voorzet voor de oplossing werd al in 1787 gegeven door de derde en waarschijnlijk belangrijkste president van de VS, Thomas Jefferson, toen deze zei: ‘Aangezien de basis van onze regering de mening van het volk is moet onze eerste prioriteit zijn om [de persvrijheid] te behouden.  En als ik zou moeten kiezen tussen een regering zonder kranten of kranten zonder een regering zou ik niet aarzelen om het laatste te kiezen’.

Het ondenkbare scenario

De komst van het internet heeft de nodige impact gehad op de nieuwsindustrie die sinds begin jaren 90 geen rekening hield met wat internet filosoof Clay Shirky het ‘ondenkbare scenario’ noemde: ‘de mogelijkheid om content te delen zou niet verminderen maar groeien.  Walled gardens (afgesloten content - red.) zouden impopulair blijken.  Digitaal adverteren zou inefficiëntie verminderen, en daarmee winsten.  Een weerstand tegen micropayments zou wijdverbreide adoptie verhinderen.  Mensen zouden het niet pikken om tegen hun eigen wensen in te handelen.  Oude gewoontes van adverteerders en lezers zouden niet zomaar vertaald kunnen worden naar online.  Zelfs streng optreden via de wet zou massaal, aanhoudend wetsoverschreiden niet kunnen tegengaan […].  Hardware en software verkopers zouden copyright houders niet zien als vriend, noch hun klanten als vijand.  Het feit dat DRM wetgeving moet toestaan dat een aanvaller de content mag ontcijferen zou een onoverkomelijke horde blijken.  En mensen voor de rechter slepen die iets zo mooi vinden dat ze het willen delen zou ze irriteren.’

En dus.. wat nu?  Er zijn er die zeggen dat we eigenlijk geen kranten meer nodig hebben, maar dat is natuurlijk onzin.  Er zijn zeker zaken die traditioneel in de krant stonden die nu net zo goed of beter terugkomen in andere vormen online.  Over sport schrijven, over horoscopen, mode of recepten kan prima via blogs, en er zijn genoeg mensen die dat graag, goed, en gratis doen.  Maar er is één belangrijke taak van de krant die niet te vertalen is naar een gatis online versie, en dat is onderzoeksjournalistiek.

Journalist nodig?

Grote bedrijven, politici, lobbyisten, generaals en kartels doen dingen in het geniep of gewoon in het openbaar waarvan het broodnodig is dat ze kritsch bekeken, aan het licht gebracht en binnenstebuiten gekeerd worden.  We hebben als gewone burger niet zelf de tijd of de mogelijkheid om dit effectief te doen, net zoals we zelf ons brood niet bakken of onze auto repareren.  We hebben journalisten nodig, net zoals we bakkers en automonteurs nodig hebben.

De meeste mensen zijn het hier wel mee eens.  Dus zien we dat Murdoch ons wil laten betalen voor artikelen om de krant te laten voortbestaan.  Maar nog los van het feit dat het internet zo niet werkt, gaat Murdoch voorbij aan het feit dat sinds de goedkope ‘Penny Press’ uit het begin van de 19e eeuw zelfs de krant niet zo werkt.  Lezers betalen niet voor content, ze betalen simpelweg voor het papier.  Adverteerders betalen voor content.

In zijn book ‘Free, The Future Of A Radical Price’, laat Chris Anderson zien dat micropayments ook niet werken, simpelweg door de manier waarop onze hersenen werken.  Zelfs als je maar een klein beetje moet betalen, moet je er over nadenken of het dat waard is.  En, vergeleken met de gratis versie, maakt dat denkwerk het al niet meer de moeite waard om te betalen.

Ook Pulitzer prijswinnaar Steve Coll’s idee dat we de krant vanuit filantropie moeten subsidiëren werkt volgens mij niet omdat het een grotere onafhankelijkheid en daarmee afstand creëert van de lezers.  Als je kijkt naar de Penny Press, de pers tijdens de Europese en Amerikaanse onfhankelijkheidsoorlogen en revoluties en naar de free press van de jaren ‘60 kun je zien dat juist als de krant midden tussen de gewone man staat haar impact en relevantie het grootst is.

Wat een hoop mensen in de industrie doen is het oude businessmodel pakken en dat vertalen naar een digitale versie, terwijl wat er nodig is is een business model dat voldoet aan de nieuwe regels die gelden op het internet.

De nieuwe realiteit

Dus wat zijn de belangrijkste regels van het internet, wat zijn de parameters waarbinnen de nieuwe businessmodellen moeten opereren?  Tim Berners Lee, de uitvinder van het world wide web zei op de recente Web 2.0 conferentie dat het internet altijd bedoeld was als een ‘read/write space’, en na de eerste 10 jaar van een ‘publicatie-internet’ zijn we nu eindelijk echt klaar voor een read/write internet met blogs, wiki’s, twitter. foto sharing sites en alle andere diensten die mensen in staat stellen content te creëeren en te delen, ook wel bekend onder de noemer ‘Web 2.0’.

Een ander gegeven van het internet is dat hoewel het mogelijk is om er een hoop geld op te verdienen je dit niet gewoon kan doen door mensen te laten betalen voor content, vooral als die content gemakkelijk kan worden gekopieerd.  Meestal moet je je content ofwel gratis weggeven en betaald worden via advertenties of een versie van het ‘freemium’ model gebruiken waarbij je een kleine groep ‘power users’ laat betalen voor extra features en de rest gratis laat meeprofiteren.

Een derde aspect van het internet is dat mensen het gebruiken om te zoeken naar dingen waar ze gepassioneerd over zijn.  Via sociale netwerken zoeken ze hun vrienden, via groepen zoeken ze mensen met dezelfde hobbies of passies en via comments zoeken ze naar gelijkgestemden of profileren ze zich met hun eigen opinie tegenover de mening van een ander.

Iets doen

Dus, hoe vertalen deze principes zich naar een nieuw businessmodel voor de krantenindustrie?  Eigenlijk is het iets heel simpels en voor de hand liggend wat tijdens alle verhitte debatten over betaalmodellen, advertentievormen en abonnementsstructuren volledig over het hoofd is gezien: kranten zouden hun lezers in staat moeten stellen om iets te doen.

In de evolutie van de krant hebben alle fasen doorlopen van simpele boodschappen tot sociale relevantie tot objectieve verslaggeving en nu zijn we op het punt gekomen waarop kranten de volgende logische stap kunnen maken om een instrument voor daadwerkelijke sociale verandering te worden.

Hoe deze ontwikkeling zich precies zal gaan voltrekken is lastig te voorspellen en verschillende combinatiemodellen zullen getest moeten worden door de uitgevers.  Maar een voorbeeld dat ik nu al kan verzinnen is dat als een politicus zijn opinie ventileert krantenlezers directe feedback kunnen geven in plaats van alleen hoofdschuddend kennis te nemen van zijn uitspraken.  En niet op de onhandige manier waarop dat nu al kan hier en daar, waarbij een enkeling met genoeg vrije tijd zijn ongenuanceerde commentaar kan spuien via de comments.  Of een simpele poll waarbij mensen over de meest platte onderwerpen mogen kiezen uit voor de hand liggend antwoord a, b of c.  Nee, feedback 2.0 is intelligent, kan via semantische filters verschillende meningen interpreteren en rangschikken.  Mensen kunnen dan bepaalde standpunten hoger waarderen (zoals nu soms ook al kan) of zich erbij aansluiten.  Zo ontstaat er een intelligenter en genuanceerder publieke reactie die direct teruggekoppeld kan worden naar de politicus.

Een nog potenter voorbeeld van lezerparticipatie is een scenario waarbij je bij het lezen van een bericht over een aardbeving of burgeroorlog in een ver land niet alleen leest over de ellende, maar ook meteen kan lezen over wat er op lokaal niveau gedaan wordt om de problemen te lijf te gaan, en hieraan via een druk op de knop met een micropayment een bijdrage kan leveren.  Dus niet, zoals Rupert Murdoch wil, betalen om te mogen lezen over de ramp, maar betalen om de slachtoffers van de ramp direct te helpen.  Een PayPal button waarmee je een donatie kunt maken is niet nieuw.  Maar wat zou de impact zijn als de donatiebutton op dezelfde plek stond als het verhaal?  Als je, net als bij iTunes waar je betalingsgegevens beschermd zijn opgeslagen, met een druk op de knop en het invullen van je wachtwoord gemakkelijk een euro of twee kon overmaken om iemand te helpen?  Wat een verschil zouden die duizenden kleine bijdragen kunnen maken voor een weeshuis midden in een oorlogsgebied, of een gymzaal waar aardbevingsslachtoffers worden opgevangen, of individu die aangeklaagd wordt door een machtige multinational en wel het gelijk aan zijn zijde maar simpelweg het geld niet heeft om zich te verdedigen?

En wat is de implicatie voor het inkomstenmodel voor de krant?  Door niet van het verhaal, maar van de oplossing de kern van het businessmodel te maken wordt plotseling het feit dat het verhaal te pas en te onpas wordt gedeeld juist een voordeel in plaats van een nadeel.  De signalering van het probleem kan niet ver genoeg verspreid worden.  Maar de oplossing met 1 druk op de knop bieden, dat kan alleen bij de bron, en door een klein percentage van de donatie als betaling voor deze financiele dienst te innen kan de krant veel efficiënter geld bij slachtoffers brengen dan een goed doel dat kan.  De overhead en de kosten voor het betalingsmechanisme zijn lager (want gedeeld over vele goede doelen), en er hoeft geen geld uitgetrokken te worden voor marketing en PR, nu de grootste externe kostenpost voor de meeste goede doelen.  Net als Apple met iTunes geld ging verdienen aan de distributie van muziek en niet in de creatie ervan, kan de krant geld gaan verdienen met een financiele dienst die aansluit op de reportage, in plaats van op de reportage zelf.

Willekeur en bedrog

Dit heeft natuurlijk wel een impact op de manier waarop de nieuwsmedia opereren en waarop wij als burgers het nieuws consumeren.  De verantwoordelijkheid om op zoek te gaan naar zowel de oplossing als het probleem, het antwoord als de vraag en de verdediger als de aanvaller wordt hiermee nadrukkelijk bij de krant gelegd, en dat is een nieuwe rol.  Ook opent een dergelijk systeem natuurlijk de weg naar willekeur, overemotionele argumenten, partijdigheid, lobbying en bedrog.  Van de lezer wordt voortaan niet alleen verwacht dat hij om kan gaan met de implicaties van het probleem (wat vaak al lastig genoeg blijkt), maar ook met de implicaties van de oplossing.  Niet langer kunnen we als meewarig hoofdschuddende beste stuurlui aan wal staan, we zullen met zijn allen moeten leren roeien, en eerlijk zijn over de stuurloosheid die daarmee gepaard gaat.  De krant op haar beurt zal niet langer alleen observeren maar ook moeten participeren, en een grotere verantwoordelijkheid nemen voor de reportage en de follow up.  Maar in ruil daarvoor krijgt ze behalve een positieve cash flow ook een werkelijke maatschappelijke rol, die ten koste zal gaan van de focusgroepen, de praatjesmakers en de politieke PR machine.

En dit zal niet zonder slag of stoot verlopen.  Dingen zullen misgaan, goede doelen blijken niet zo goed te zijn, objectieve reportages niet zo effectief.  Er zal machtsmisbruik en willekeur ontstaan op sommige momenten.  Maar deze uitdagingen zijn een intrinsiek onderdeel van macht en diegenen die het uitoefenen.  Op zijn minst zullen we als participanten in het proces dichter op het vuur komen te staan, en het machtmisbruik en de willekeur zullen zich voor onze ogen afspelen en ons daardoor in staat stellen er iets aan te doen, in tegenstelling tot cynisch berusten in de wetenschap dat in Den Haag van alles wordt bekokstoofd achter gesloten deuren wat niet in ons aller belang is.  De macht hebben om dingen te veranderen is eng, en zowel de kranten als de lezers zullen vaak terugschrikken van de implicaties van deze macht.  Toch zullen we moeten leren met die verantwoordelijkheid om te gaan als we in een wereld van toenemende complexiteit en toenemende internationale afhankelijkheid als burgers de baas willen blijven.  En de krant, die nu met de ziel onder de arm ronddwaalt op zoek naar een maatschappelijk relevant en financieel realistisch betaalmodel, kan het slechter treffen dan haar geld te verdienen in het oog van deze storm.

Dit artikel is ook gepubliceerd op Frankwatching.com

Social shopping volgens Etsy.com

sociale content op Etsy productpaginaEtsy.com (een marktplaats voor zelfgemaakte producten) is een website om in de gaten te houden. Om de volgende redenen is Etsy één van de ecommerce sites van de toekomst:

1. Etsy combineert een intuitieve en cleane user interface met een enorm gevoel voor stijl en esthetiek. De site ziet er prachtig uit en is zeer makkelijk in gebruik.

2. In deze tijden van crisis gaat Etsy als een speer. Volgens de sympathieke jonge oprichter Robert Kalin draaiden ze vorig jaar $100m omzet, en ze verdienen $1m per maand. Ze hebben een slim businessmodel waarmee ze een bedrag per listing ontvangen en per sale, maar daarnaast een inkomstenstroom hebben door hun eigen advertentienetwerk van featured items.

3. Etsy weet hoe je aan vrouwen moet verkopen. 97% van Etsy-klanten zijn vrouw. Wat betekent dit? Onder andere veel sociale features, featured items, niet opdringerige cross-sell en natuurlijk veel esthetische, aantrekkelijke producten waaronder heel veel sieraden.

Onverwachte navigatie 4. Etsy heeft als een van de weinige webwinkels door hoe je in een webshop geinspireerd kan worden. Gewoon kan rondneuzen, zonder dat je op zoek bent naar iets. Niet zoeken, niet filteren, maar iets ‘tegenkomen’. Etsy maakt het mogelijk om je op een website te voelen alsof je een aantrekkelijk ingerichte winkel binnenwandelt samen met je vriendin, en gewoon gaat rondkijken. Dit heeft de site bereikt door onder andere alternatieve ingangen de catalogus in te bieden. Hierbij druisen ze bewust in tegen het usabilityprincipe dat de klant moet weten wat zij te zien krijgt voor ze op een link klikt. Het niet weten, het onverwachte, gewoon een bepaalde richting op dwalen is bij deze manier van shoppen juist het leuke.

5. Etsy is een schoolvoorbeeld van een succesvolle social shopping site, een groeiende trend binnen ecommerce. Etsy staat op nummer 1 bij social shopping site Kaboodle en heeft zelf ook een aantal mooie social shopping features zoals de ‘Treasury’. Je zou zeggen: een kleine stap dan naar een feature om samen met een vriend(in) live over de site heen te ‘wandelen’. Een soort ‘invite a friend’ meets chat meets remote desktop, om gezellig tijdens de lunch samen te shoppen. Zoiets bestaat bij mijn weten nog niet echt, al zijn er wel een paar dingen die er op lijken. Co-browsing is meestal een tool voor site-eigenaars om live mee te kijken met een bezoeker en hulp te bieden. ‘Swarming’ een fenomeen dat al langer bestaat maar nog niet echt van de grond lijkt te komen maakt het mogelijk om met andere sitebezoekers te chatten, maar de enigzins onhandige (in mijn ogen) implementatie van een bedrijf als Eyebees slaat de plank van het samen shoppen mis door iedereen ongewild onderdeel van het social shopping experiment te maken. De gein is juist dat je zelf bepaalt en afspreekt om samen te gaan shoppen, net als in het echte leven.

Tot op heden was browsen op het internet misschien nog een te individualistisch tijdverdrijf maar sinds internet steeds meer alomtegenwoordig is door snel internet op je mobiele telefoon is de tijd volgens mij rijp voor de volgende fase van het online shoppen: samen, zonder doel geinspireerd raken door leuke en relevante content. En Etsy is vast een van de eersten die er werk van gaat maken.

De App store als universele mobiele betaalmethode?

iPhone new feature-App Store

De iPhone heeft browsen op je mobiele telefoon voor het eerst mogelijk gemaakt. Niet alleen sites die geoptimaliseerd zijn voor het kleinere scherm, maar ook ‘gewone’ websites zijn dankzij de revolutionaire in- en uitzoominterface gemakkelijk te gebruiken op de iPhone. Maar niet alle features van websites zijn hiermee binnen handbereik. Hoewel het in theorie mogelijk is om met je iphone online te bestellen gebeurt het nog weinig. Het enige wat massaal gekocht wordt via de iphone is applicaties van de App store. En waarom niet: als je een keer een account hebt aangemaakt en je credit card gegevens hebt achtergelaten kun je daarna simpel een applicatie aanschaffen door de ‘Koop nu’ knop in te drukken en je te identificeren met je iTunes wachtwoord.

Maar wacht eens even, is dit niet meteen het perfecte model voor aankopen betalen met je mobieltje? Zowel online als offline zou je via de app store producten kunnen bestellen en betalen door met je wachtwoord het bedrag van je credit card af te laten schrijven. Even klikken op de ‘betaal via App store’ button, of in de winkel de barcode van het product inscannen, wachtwoord invullen en je hebt betaald. Apple hoeft alleen een bevestigingsprocedure toe te voegen om de verkoper te laten weten dat de credit card is belast met het bedrag en daarvoor een kleine bijdrage te rekenen. Voila, een simpel betaalmodel voor de klant en een nieuwe miljardeninkomstenstroom voor Apple.

Reken er maar op dat ze dit in Cupertino al lang zelf verzonnen hebben. Er is immers een fantastisch precedent: met de iPod en iTunes heeft Apple al bewezen door een slimme combinatie van hardware en software het grootste gedeelte van de muziek- en film downloadmarkt naar zich toe te kunnen trekken. Ze zullen de kans niet laten liggen om met de App store de heilige graal van mobile commerce te claimen. Nee, wat er ook met Jobs’ gezondheid gebeurt, met Apple komt het voorlopig wel goed.

Google maps is de nieuwe user interface

Flower shop on Google Maps

De uitdaging voor elke user experience designer is om de interface zo te ontwerpen dat de gebruiker direct begrijpt wat ze moet doen. Gelukkig heb je altijd nog objecten uit de ‘echte wereld’ waarop je je ontwerp kan baseren. Voorbeeld: als je een gebruiker een expliciete actie wil laten ondernemen, gebruik je een plaaatje van een knop. Iedereen weet dat als je op een knop drukt dat er dan wat gebeurt. Als je informatie wil rangschikken gebruik je tabs, want die kennen we al van onze multomapjes op de lagere school. Dropdownmenu’s komen dan weer niet direct voort uit bestaande objecten maar uit desktop applicaties, waarbij je bovenin een rijtje opties hebt waarop je kan klikken om de sub-opties te tonen. De vroegste desktopapplicaties waren hierop al gebaseerd, net als de eerste versies van het Macintosh operating system dus gebruikers kenden het concept en designers konden hierop voortborduren.

Dit voortborduren op bestaande conventies is een van de belangrijkste uitgangspunten voor iedere user experience designer, en tegelijkertijd is het een constante uitdaging: hoe innoveer je, hoe voeg je steeds weer nieuwe functionaliteiten toe als je altijd maar rekening moet houden met wat mensen al kennen, met wat al bestaat?

Nou, je mag best een nieuw object uit de echte wereld virtueel maken en als uitgangspunt gebruiken voor interactie online. Google maps, creatief toegepast, wordt op deze manier zoveel meer dan alleen een online landkaart. Google maps is door de herkenbare vorm en de bestaande conventies die gehanteerd worden een intuitieve manier om om te gaan met alle vormen van location-based data. En locatie is de meest directe link tussen de abstracte, virtuele wereld van het internet en de directe realiteit van de gebruiker.

Als jouw klant wil weten waar de dichtsbijzijnde winkel zich bevindt schotelde je haar vroeger een saai formuliertje voor met een postcode veld (wat ze niet altijd in wilde vullen omdat ze die info niet per se vrij wil geven) waarna de computer vervolgens bepaalde welke winkel het dichtste bij was. Google maps is tegenwoordig een veel beter alternatief. Al je winkels kun je als ‘pins’ (zie foto) in de kaart van Nederland tonen en de gebruiker kan zelf bepalen of ze naar de winkel twee dorpen verderop wil gaan, of dat er in de stad bij haar werk om de hoek toevallig ook een filiaal zit. En sinds in steeds meer mobieltjes een GPS-chip zit is er nog een extra dimensie bijgekomen: niet alleen weet de gebruiker waar de online resource zich bevindt, de internet-resource weet ook waar de gebruiker zich bevindt! Als winkel kun je jouw klant dus een seintje geven als ze dichtbij jouw fysieke locatie zit.

De sky is de limit: combineer deze ‘location awareness’ met sociale features en reviews (zoals het web- en mobiele platform Whrrl doet) en je begint te zien wat een krachtige ecommerce/social marketing tools mogelijk worden door deze nieuwe digitale toepassing van de aloude landkaart. Het mooiste van alles: Google maakt haar extreem krachtige webapplicatie volledig gratis beschikbaar via de Google maps API, en zelfs gebruikers zonder enige programmeerkennis kunnen custom kaarten aanmaken en deze met een simpele embed-code in hun eigen website plakken.

En Google maps is niet de enige resource, Yahoo’s Fire Eagle geeft bloggers de kans om hun locatie automatisch op hun blog te tonen (natuurlijk zijn er ook hier veel meer toepassingen te verzinnen) en Nokia gebruikt haar maps applicatie onder andere om de beweging van bepaalde groepen gebruikers te vertalen naar applicaties (bijvoorbeeld door file-informatie te herleiden op basis van de gemiddelde snelheid van automobilisten met een Nokia telefoon op zak).

Apple tenslotte, misschien wel een van de belangrijkste aanjagers van de integratie van GPS en web door beiden op een geniale manier te gebruiken in de revolutionaire iPhone geeft retailers via de App store de kans om op een nieuwe manier contact te leggen met hun gebruikers. Ik heb een paar weekjes niet geblogd, maar ik begin het nieuwe jaar met fris met een stevige voorspelling: 2009 wordt het jaar waarin het internet door een combinatie van (o.a.) Google maps, GPS en location based services eindelijk ‘voet aan de grond krijgt’. Letterlijk dan.

1 miljoen met Twitter verdienen?

Twitter is een tool voor bedrijven om rekening mee te houden, ondanks het eindeloze geklaag over het gebrek aan verdiencapaciteit van de micro-blogging gigant. Dus: hoe verdien je een miljoen aan Twitter?

Volgens dit artikel van internetnews.com heeft Dell dit bedrag verdiend in het afgelopen jaar door klanten via ‘tweets’ op de hoogte te houden van de laatste aanbiedingen. Het mooie van Twitter is dat je mensen die daar behoefte aan hebben simpel en snel op de hoogte kan houden van je aanbiedingen, zonder de ‘inbox impact’ van een email nieuwsbrief. Maar het communiceren van jouw bedrijfsnieuws of aanbiedingen is maar het begin van de toegevoegde waarde van Twitter voor je business.

Guy Kawasaki geeft tips op zijn blog hoe je Twitter kan gebruiken om feedback te krijgen op je producten en diensten. Door de search functionaliteit van Twitter of tools als Tweetdeck of Twilert te gebruiken kun je jouw eigen bedrijfsnaam opzoeken om te zien wat mensen over je tweeten. Vervolgens kun je deze informatie gebruiken om actie te ondernemen en jouw product of dienst te verbeteren. Een gratis tool voor klantfeedback! Zelfs al verdien je geen miljoen dit jaar met Twitter, je kunt er in ieder geval mee besparen…